
Het hoofd moet in verhouding zijn tot het lichaam; niet te groot en niet te klein.
Het voorhoofd is iets gewelfd.
- Matige stop.
- Krachtige kaken met goed gesloten lippen.
- Schaargebit.
- Middelgrote, amandelvormige ogen, met een kleur variërend van donker- tot lichtbruin. De oogleden moeten aan de oogbol aansluiten.
- De oren zijn middelgroot, staan rechtop en naar voren gericht.